1. OWe hadden eigenlijk niemand om de post voor vandaag te schrijven, maar ik ben er toch maar achter gaan zitten om een wat ongebruikelijk langer verhaal te maken over mijn PSV-Ajax-geschiedenis. Die dus diep in de vorige eeuw begon.

Voor zover nog niet bekend, ik ben een brabo. Geboren en lange tijd getogen in Veldhoven, onder de rook van Eindhoven, waarvan ik nu ook de laatste vijftien jaar ingezetene ben. Een voor velen ongeschreven (voetbal)wet luidt dat je supporter bent van de club waar je (vlakbij) woont. Maar zoals met wel meer ongeschreven wetten, geldt dat niet voor mij. Dat je stom toevallig ergens geboren bent, verleent je geen vanzelfsprekende (voor)rechten, maar stelt je evenmin automatisch voor verplichtingen. Kijk maar eens hoeveel import-Amsterdammers ‘Ajacied’ zijn. Maar over dat sociologisch fenomeen wellicht een andere keer meer.

Dat je, zeker in een groot gezin als het onze waarin we het niet breed hadden, je eerste ‘grote’ voetbalwedstrijd bij jou in de buurt bezoekt, is weer wel vanzelfsprekend. Dus was ik present bij de vorige kampioenswedstrijd PSV – Ajax. Op 9 juni 1963, twaalf jaar jong. Niet aan de hand van mijn vader, maar van mijn oudere broer. Mijn speciale aandacht was vooral gericht op Lambert Maassen, die bij het Veldhovense (sorry Zilste, want kerkdorp Zeelst) UNA had gevoetbald, en op de twee Limburgse buitenspelers Piet Giesen en Gerard Hoenen. Dat Sjaak Swart en Piet Keizer bij Ajax meededen, is me in het geheel niet bijgebleven. En dat geldt voor Sjakie himself kennelijk ook. Maar ik kon toen ook niet bevroeden dat deze twee later furore zouden maken met Ajax. Hoe dan ook: Ajax was, net als gisteren, redelijk kansloos en verloor met 5-2.

Maakte deze toch indrukwekkende ervaring mij tot een PSV-supporter voor het leven? Nee, niet bepaald. Ook al had ik er het geld niet voor om regelmatig te gaan kijken en moest ik vaak zelf voetballen, mijn liefde en belangstelling voor het spel was toen al kennelijk zó groot dat ik onbewust me niet wilde laten begrenzen door de aandacht voor één club. Wat later, als puber en adolescent, was ik wel heel erg gefascineerd door de brutaliteit, zelfverzekerdheid en natuurlijk vooral genialiteit van het Ajax van Cruijff, Keizer, Neeskens, Blankenburg, Krol en Rep. Het waren de eind jaren zestig, begin jaren zeventig: de anti-autoritaire houding die de Ajacieden, al dan niet bedoeld, uitstraalden, sprak mij zeer aan. Ik ging zelfs een beetje op Cruijff lijken. *

Maar ook toen lieten zowel mijn budget als mijn onvermogen tot eenkennigheid het niet toe om fervent supporter te worden, laat staan te blijven. Wel is het lange tijd zo geweest dat de club en het voetbal van Ajax mij meer aanspraken dan PSV. Ondanks de vaak betere ploegen die PSV had met Van der Kuijlen, Van Beveren, Edström, Gullit, de Koemannen, Arnesen, Gerets, Lerby en natuurlijk most of all Berry van Aerle. Het destijds poenerige imago van de Eindhovenaren is hier zeker mede debet aan, al besef ik nu dat het Ajax van Cruijff de factoren geld en commercie definitief tot onderdeel hebben gemaakt van het Nederlandse voetbal. Het deels vertekenende beeld dat Ajax opleidde en PSV alleen maar kocht. Maar PSV heeft zeker tot eind vorige eeuw het meest te lijden gehad van dat imago, vooral ook omdat vanuit Amsterdam dat beeld hardnekkig en vakkundig werd gevoed en men daarmee tegelijkertijd de aandacht van zichzelf wist weg te houden.

Van mijn voorkeur voor Ajax is weinig meer over. Ook al is het de club met de meeste prijzen in Nederland – en dit ook wel zal blijven – juist de constante en onverbeterlijke nadruk die de club en veel van haar volgers te pas, maar vooral te onpas leggen op die status uit het verleden maakt Ajax steeds meer tot een treurige en meelijwekkende vereniging. Over het gehannes in bestuurlijk en technisch (hart) opzicht hoef ik het hier niet te hebben. Nog het ergste vind ik de vervanging van Marcel Keizer nadat deze zich bij en na het drama Nouri volgens velen als een nagenoeg ideale manager van de emoties had opgesteld. Ik heb het al vaker gezegd: de klap die het drama Nouri aan de nog zo jonge Ajax-selectie heeft toegebracht, maakte het vrijwel onmogelijk om een qua resultaten succesvol seizoen te draaien. Alles had in het belang van de opvang en begeleiding daarvan moeten staan teneinde er zo goed en wellicht gesterkt mogelijk uit te komen.

En PSV. Ik merk dat mijn sympathie en waardering weer zijn toegenomen. Ook al was het qua spel soms niet om aan te gluren. Maar als de vleesgeworden PSV-trainer Phillip Cocu nog even de tijd krijgt, er niet teveel bepalende spelers vertrekken en met een paar gerichte aankopen, wordt het spel allengs ook beter. Het fundament – de veerkracht, teamgeest, nuchterheid en vastberadenheid – staat er. Dat kunnen in Nederland niet veel clubs zeggen. En inderdaad, ze zéggen zoveel.

* Op foto gelinkt onder ‘op Cruijff lijken’ zie de gehurkte jongeman helemaal links.

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestEmail this to someone

Tags

 
 

HOME   •   OVER   •   BIO'S   •   CONTACT

Laatste bijdragen

Archief

 
микрозаймы онлайн займы в барнауле до зарплаты микрозаймы в ставрополе срочно займ на карту