Nee, het is bij lange na niet mijn mooiste sjaal. Gek jaren-negentigontwerp. Het toen nog behoorlijk nieuwe logo dat ik helemaal niet mooi vond, het vreemde blokkerige lettertype. De kleuren ook: zwart met een Nederlandse vlag aan weerszijden. De wat lullige tekst “Supporter Ajax” (Dat mensen wel kunnen zien dat je echt een supporter ben of zo). Het sjaaltje straalt totaal geen Ajax-gevoel uit. Waarom ik uitgerekend dit sjaaltje kocht in de fanshop bij Stadion De Meer op de open dag in 1993 is me een volslagen raadsel. Was het een zonnesteek? Het was namelijk een zonovergoten dag. Laten we het er maar op houden dat goede smaak met de jaren komt en dat die bij de op dat moment 16-jarige schrijver dezes nog ernstig onderontwikkeld zo niet zelfs totaal afwezig was. En over de fanshop bij De Meer gesproken: ‘fanshop’ is een groot woord voor een keet waar een paar sjaaltjes, wat gedateerde vaantjes van de vroegere Amsterdam 700-toernooien en wat T-shirts verkocht werden. De keuze in fanartikelen was bij lange na niet zo groot als in deze tijd. De meeste clubs hebben tegenwoordig een soort grote supermarkt waar je alles, van tandenborstels en babyrompertjes tot officiële tenues, kunt kopen. En een keur aan verschillende sjaals.

sjaalDe open dagen bij Ajax waren in de jaren negentig een fenomeen, zeker die van 1993. Jan Rietman stelde, zoals elk jaar, de spelers met aanstekelijk enthousiasme voor aan het publiek. “En daar is ie dan, weer terug op het oude nest, geef hem een daverend applaus, onze nummer vier: Frank Rijkaard!!!” Een ovationeel gejuich voor de verloren godenzoon Rijkaard. Maar wie waren er nog meer? Uit het blote hoofd: de nog niet doorgebroken Jari Litmanen, de volslagen onbekende Finidi George, het Zweedse icoon Stefan Pettersson, de broertjes De Boer, de nog lang niet onomstreden Edwin van der Sar, zijn concurrent Stanley Menzo, het supertalent Dan Pedersen die het maar zelden heeft laten zien, Sonny Silooy, Danny Blind, Edgar Davids, Clarence Seedorf, een of andere drie meter lange broodmagere Nigeriaan van zeventien die Kanu bleek te heten, de grote aankoop Peter van Vossen van Anderlecht en John van den Brom die overkwam van Vitesse.

Louis van Gaal leidde een training op het hoofdveld van De Meer, via een microfoontje kon het publiek alles horen. “Oeh’s en ahh’s” als er bij een afwerkoefening mooi werd afgerond. Handtekeningen vragen bij de containers. Dolen door de catacomben en de kleedkamers. Het kon allemaal, niemand hield je tegen.

 

In de avond werd de open dag dat jaar afgesloten met een oefenwedstrijd in het Olympisch Stadion. En wel tegen het grote FC Barcelona van Johan Cruijff en Ronald Koeman, Romario, Stoichkov en Michael Laudrup: het dreamteam. We zaten op de Marathontribune. FC Barcelona was nog duidelijk een maatje te groot. We zagen dat het 2-4 voor Barça  werd, maar het belangrijkste wat wij zagen, zagen we pas jaren later. In 1993 vroeg iedereen zich af hoe het nu verder moest met Ajax na het vertrek van de KODAK Digital Still Cameraonvervangbaar geachte tandem Bergkamp-Jonk. Ajax was volgens de kenners absoluut geen titelfavoriet. Het antwoord kwam op deze avond: hier werden de eerste contouren zichtbaar van een voetbalmachine die de komende drie seizoenen kampioen zou worden en amper twee jaar later de Champions League zou winnen. Op deze dag werd ons eigen dreamteam geboren. En daar is deze affreuze, doch hierdoor zeer dierbare sjaal een stille getuige van.

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestEmail this to someone

Tags

 
 

HOME   •   OVER   •   BIO'S   •   CONTACT

Laatste bijdragen

Archief

 
микрозаймы онлайн займы в барнауле до зарплаты микрозаймы в ставрополе срочно займ на карту