Het was in de herfst van 2002 dat ik voor het eerst naar Glasgow ging. Ik had in de zomer van dat jaar in Amsterdam een Schotse schone leren kennen en na drie maanden heen en weer mailen reisde ik naar haar toe. Het weekend bleek helaas competitieloos te zijn dus ik kon niet naar een wedstrijd van Celtic, Glasgow Rangers of zelfs Partick Thistle. Met Celtic heb ik altijd iets gehad. Die prachtige shirts alleen al. Om mijn voetbalhonger toch enigszins te stillen nam mijn  vriendin me als verrassing mee naar Celtic Park voor een rondleiding. Celtic Park is alsof je een frikandel speciaal garneert met zo’n prachtige in bloemvorm uitgesneden wortel en takjes dille. Een prachtig stadion in een buurt waarbij vergeleken elke zogenaamde achterstandswijk in Nederland een paradijselijk oord is. En daar kocht ik dus deze sjaal. 

sjaalMijn  vriendin had niets met voetbal. Wat dat betreft leek ze op haar moeder. Die gaf er ook niets om. Haar vader daarentegen was een bloedfanatieke Celtic-fan. Daar kwam ik achter toen we later die week bij haar ouders gingen eten. “Begin met die ouwe over Celtic, dan mag-ie je meteen”, had mijn vriendin me vooraf al getipt. Dus vol trots liet ik hem mijn pas aangeschafte Celtic-sjaal zien. Voor een penny kreeg ik de jackpot: die man liep helemaal leeg. Hij begon honderduit en in plat en onverstaanbaar Glasgowegian over zijn Celtic te praten waar hij al sinds zijn tiende kwam. Ik verstond lang niet alles, maar ik had gelukkig die avond het geluk om op precies de goeie momenten “yes” of “no” te zeggen, te knikken of te lachen. Haar vader mocht mij inderdaad gelijk. Hij vond mij stukken beter dan “die domme losers” vóór mij,  zo verzekerde hij me. Z’n dochter had het tot zijn afgrijzen zelfs eens aangelegd met een Rangers-fan. “That bloody blue nosed bastard, glad that didn’t worked out.” Hij haatte Rangers. Hij haatte blauw.

De moeder gaf dus totaal niets om voetbal. En met niets bedoel ik ook echt niets. Sterker nog: de allesverzengende rivaliteit (lees: blinde haat) tussen Celtic en de Rangers, die echt als een deken over de stad hangt, is op de een of andere mysterieuze wijze volledig langs haar heen gegaan. Dat bleek een paar dagen later op een bizarre wijze. Pa moest voor zaken een paar dagen op reis. En  moeder had in een ijverige bui besloten om een paar muren in het huis eens van een nieuw likje verf te voorzien.

Blauw.

Ze had het echt gedaan.

Van alle kleuren die ze had kunnen kiezen koos ze blauw. Ze was al meer dan dertig jaar samen met haar favoriete Celtic-supporter en ze koos blauw. Die man droeg niet eens spijkerbroeken. Mijn meisje en ik kwamen binnen en we schrokken allebei. Zelfs zij, die niet van voetbal hield, wist dat dit niet heel bevorderlijk was voor de gemoedstoestand van haar ouweheer. Er was alleen geen tijd meer om het te veranderen, want hij kon elk moment thuiskomen en we zouden gezellig met z’n vieren gaan eten. Ook een beetje als afscheidsetentje voor mij, want ik zou de volgende dag weer terug naar Amsterdam gaan. Wij zaten vast in de keuken aan tafel op die ouwe te wachten.

DSCF0178De sleutel viel in het slot. De deur ging open. Wij zaten al in de keuken. Plotseling een dierlijke schreeuw vanuit de woonkamer: “WHAT THE BLOODY HELL IS THIS?!” Mijn vriendin en ik liepen naar de woonkamer. Moeder kwam voorzichtig achter ons aan. Die ouwe zag groen-witter in zijn gezicht dan het Celtic-shirt. Zijn  ogen stonden strakker dan die van de bezoeker van een ninety’s gabberfeestje. Hij richtte zich tot zijn vrouw. Hij bulderde dat hij geen stap meer in zijn eigen huis zou zetten tot het huis weer in de originele staat was hersteld of in elk geval in godsnaam niet meer blauw zou zijn. Tot die tijd zou hij in het hotel verderop in de buurt logeren. Hij was meer dan ziedend. Met een vlammende knal sloeg hij de deur dicht. De huilende moeder smeekte of ik met hem wilde praten. Dat heb ik gedaan. Onder het genot van twee pints in de pub, waar hij inmiddels wat leek te zijn afgekoeld. Maar evengoed: onvermurwbaar. We namen afscheid. Ik kwam thuis bij de moeder en haar dochter. De kip was inmiddels koud. De sfeer zo mogelijk nog kouder. Het werd een wat ongemakkelijk afscheid die avond.

Met de Schotse schone is het helaas niets geworden, al is ze nog wel steeds een vriendin en ben ik jaren later zelfs nog op haar huwelijk geweest. Met de ouwe heb ik nog een paar keer gemaild. Hij heeft dus echt een week in dat hotel gezeten tot zijn huis weer ‘bewoonbaar’ was. Op het huwelijk van zijn dochter kwam ik de inmiddels nog wat krassere Celtic-fan weer tegen. Hij omhelsde me. “Good to see ya my son!” Dat zijn dochter me uiteindelijk een ‘blauwtje’ had laten lopen vond hij waarschijnlijk nog het ergste. En gelukkig had ik – speciaal voor hem had ik eraan gedacht – geen blauw pak aangetrokken.

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestEmail this to someone

Tags

 
 

HOME   •   OVER   •   BIO'S   •   CONTACT

Laatste bijdragen

Archief

 
микрозаймы онлайн займы в барнауле до зарплаты микрозаймы в ставрополе срочно займ на карту