sjaalEerst Napels zien en dan sterven. Zo luidt een bekend gezegde. Nochtans heb ik Napels nog nooit gezien, want ik heb deze sjaal gewoon in tram 17 gevonden, in de Kinkerstraat. Een vleugje heetgebakerde Italiaanse voetbalpassie in mijn eigen nuchtere Amsterdam. Ik vond de sjaal mooi en nam ‘m mee. Even wassen en hij kon zo in mijn sjaaltjesgalerij, in mijn trappenhuis. Ik nam het sjaaltje niet zomaar mee. Als het een sjaaltje zou zijn geweest van een club waar ik niets mee heb, had ik het laten liggen. Maar met Napoli heb ik wel wat. Ik ben opgegroeid in de tijd dat Napoli een grote club in Europa was. De club die aan de hand van Diego Armando Maradona het San Paolo-stadion liet trillen als een korsakovpatiënt. Ruwweg tussen 1986 en 1991. Twee Scudetto’s, de UEFA Cup, de beroemde ‘Live is Life’-hooghoudact van Pluisje vlak voor de UEFA Cupfinale tegen VFB Stuttgart. Die prachtige, lichtblauwe shirts met ‘Mars’ als shirtsponsor. Dat kolkende stadion. Napoli was magisch in die jaren. Dat kwam natuurlijk niet in de laatste plaats door de betoverende driehoek ‘MA-GI-CA’, bestaande uit Maradona, Giordano en Careca.

Ik ben nooit een groot liefhebber van het ‘calcio’ geweest. Als je in de jaren tachtig de uitslagen in Italië bekeek, dan leek het wel of je naar een binair getallenstelsel aan het kijken was: alleen maar enen en nullen. Ik vond er niks aan. Ofschoon ik in die jaren dus wel een zwak had voor Napoli. Een zwak waar ik me op de pleintjes dan weer voor moest verantwoorden, want iedereen was fan van het toentertijd nog meer succesvolle AC Milan van Gullit, Rijkaard en Van Basten. Ik vond Milan ook best leuk, maar heel veel had ik er niet mee. Met Napoli stiekem wel. Napoli is als die vrouw die niet het allerlekkerste wijf ter wereld is, maar die wel iets speciaals heeft. Iets waardoor je je toch heel erg tot haar aangetrokken voelt. Met Ajax ben ik getrouwd, Napoli is een van mijn minnaressen. Niet mijn prachtige, aan perfectie grenzende minnares Barcelona, maar mijn kettingrokende en zuipende minnares met haar platte accent en haar grote bek. De Amy Winehouse onder de voetbalclubs.

DSCF0041 - kopieNapels zien is nog steeds een van mijn dromen. Napels, waar nog een hele generatie mannen van tussen de 25 en 30 jaar de naam Diego draagt. Ruud Krol is  er nog steeds een godheid voor de wat oudere Napolitaan. Een dusdanige godheid dat het mij niet zou verbazen als je ergens in een obscuur restaurantje in een duistere steeg nog steeds een fantastische “Tagliatelle Ja Gotte” kunt eten.

Kortom, ik wil Napoli ooit nog eens zien spelen. In Napels. Dat reisje staat hoog op mijn emmerlijst. Met deze sjaal om mijn nek. En als mensen me daarna vragen hoe het was, dan antwoord ik in mijn beste Amsterdamse Napolitaans: “Ja, gotte….”

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestEmail this to someone

Tags

 
 

HOME   •   OVER   •   BIO'S   •   CONTACT

Laatste bijdragen

Archief

 
микрозаймы онлайн займы в барнауле до зарплаты микрозаймы в ставрополе срочно займ на карту