Het was 24 mei van dit jaar toen ik het definitief opgaf. Er stond een Nederlandse club in een Europese finale, maar ik kon mijn zoon er niet voor porren de wedstrijd samen te kijken. Liever bleef hij onderuitgezakt kijken naar YouTube-filmpjes waarin bleke nerds de games die ze aan het spelen zijn becommentariëren met geschreeuw en gekrijs. Mijn opvoeding was, voor zover het voetbal betrof in ieder geval, mislukt.

Zelf voetballen deed hij nog wel altijd met plezier. Als keeper nog wel. Totdat daar ook ineens de klad in kwam. Het seizoen was koud begonnen toen hij meldde dat hij er eigenlijk niet zoveel zin meer in had. Zoals het een goede voetbalvader betaamt, had ik hem verplicht de najaarscompetitie nog af te maken. Dat hij het nu niet kon maken zijn team zomaar in de steek te laten. Dat ze op hem rekenden, en meer van dat soort psychologische prietpraat. Het hielp.

obs-waningTien jaar eerder had ik nog wel zo stoer verkondigd dat het mij totaal niet boeide of hij wel of geen voetballer zou worden. Als hij nou hockey, schermen of ballet leuker vond, prima toch. Maar ja, alles verandert als je je eigen vlees en bloed met tot de knokige knietjes opgetrokken kousen en schoenen met heuse noppen voor het eerst op het veld ziet paraderen. Dan laat je niet zo makkelijk meer los.

En toen hij zich weer wat later eens een uur lang het scherm in liet zuigen voor een livestream van Jong Ajax-Telstar, meende ik toch wel definitief te mogen constateren dat ik het gen had doorgegeven. Een rond gen met zwarte vijfhoekjes. We bezochten samen de Adelaarshorst (kaartjes gewonnen bij de club, dat dan weer wel). En Vitesse, want ja, dat was ineens zijn favoriete club. Ik besloot zijn nieuwe liefde niet bij voorbaat op de proef te stellen met verhalen over een vreemdelingenlegioen, vage huurlingen, maffiageld en dubieuze Russen en liet hem dus gewoon kinderlijk genieten van de nauwelijks heldhaftige 2-1 zege op RKC Waalwijk.

Het was uiteindelijk maar een korte fase. De glimpjes Studio Sport op zondagavond werden steeds korter. Vragen over het wel en wee van Vitesse minder frequent. Hem meekrijgen naar de lokale amateurclub al helemaal onbegonnen werk. Het interesseveld werd stilaan begrensd door Minecraft, Mario Kart, Pokemon en de nieuwste – met het schaarse zakgeld onbereikbare – gadgets van Nintendo. FIFA had al sowieso al niks te maken met een corrupt geriatrisch tehuis voor witte boorden, hooguit met een spelletje.

Ondertussen verplaatste ik me regelmatig in mijn eigen leefwereld op dezelfde leeftijd. Voor ieder jaar vanaf 1980 heb ik in mijn hersenpan lijntjes lopen met daaraan gekoppelde voetbalherinneringen. De vrije trap van Platini, de handstand van Van Basten, 12-1, het Heizeldrama, de rode kaart van Kieft, het magische WK van 1986. Het was weliswaar vooral voetbalellende die ik meemaakte tot mijn 13e, maar mijn liefde leed er nooit onder. Mijn zoon krijgt de huidige voetbalellende amper mee.

Terwijl ik me langzaam verzoende met de gedachte dat voetbal hem gewoon niet zoveel boeit, zat er twee weken terug ineens een snikkend jongetje, nog nadampend, in voetbaltenue op de bank. Een uur eerder had ik hem eindelijk weer eens verbeten en fanatiek zien spelen, inmiddels weer als veldspeler. Wat nu? “Ik wil toch nog doorgaan, maar dat kan niet meer, want je hebt me toch al afgemeld?” Eindelijk kwam mijn onhebbelijke eigenschap alles tot het laatste moment uit te stellen eens van pas. Nee, afgemeld had ik hem nog niet. Je weet immers maar nooit. En dus gaat hij gewoon nog even door.

Hernieuwde pogingen om hem mee te laten kijken naar Studio Sport strandden helaas nog. Maar er is weer hoop.

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestEmail this to someone

Tags

 
 

HOME   •   OVER   •   BIO'S   •   CONTACT

Laatste bijdragen

Archief

 
микрозаймы онлайн займы в барнауле до зарплаты микрозаймы в ставрополе срочно займ на карту