Lang had ik getwijfeld. Of ik het moest doen, jeugdtrainer worden. Samenwerken met m’n zoontje, lukt dat? Mijn andere spruit minder zien voetballen, is dat eerlijk? Halverwege de opleiding van die gastjes als onervaren trainer instromen, verstandig? Ik besloot uiteindelijk de uitdaging aan te gaan. Waarom? Johan Cruijff fascineerde mij. De dingen die hij zei, over voetbal. Ik begreep er geen snars van, maar ergens leek het te kloppen wat hij orakelde. Enkele maanden geleden woonde ik een bijeenkomst en voorbeeldtraining van Cruyff Football bij. Een organisatie onder leiding van Wim Jonk die zich tot doel heeft gesteld om de voetbalnalatenschap van Cruijff te bewaken en te verspreiden. Ik kreeg uitleg. In Jip en Janneke-taal werd me verteld wat de grote meester nu precies bedoelde. In heel grote lijnen: denk niet in systemen, maar in spelprincipes. Kauw die brakkies niets voor, maar help ze ontdekken. Train het individu en niet het team. Want: “Ik hep nog nooit een heel elftal zien debuteren in het eerste.”

obs-jaapdamBloedfanatiek bereidde ik me tijdens het zomerreces voor. Hesjes regelen, oefeningen verzinnen, kleine balletjes kopen (afwisseling in ballen houdt je geconcentreerd bij de balbehandeling). Het vereenvoudigen van de spelprincipes, zodat het behapbaar zou zijn voor mijn JO13-1. De bal blijft altijd op de grond, de bal dusdanig aannemen dat je direct door kunt spelen, je hoeft niet per se naar voren te passen (ik liet ze een filmpje zien van een goal van Arsenal tegen Basel over 32 schijven). En als jij de bal wilt hebben, zorg dan dat je dichtbij genoeg bent. Alleen dan kan je maatje jou over de grond inspelen.

Vrijdagavond. Papiertje voor mijn neus, opstelling uitdenken. We hadden alle competitiewedstrijden al verloren, enkele behoorlijk dik en kansloos. De koploper kwam op visite. Moesten we opportunistischer gaan spelen, de verdediging had namelijk veel onder druk gestaan door mijn eis om de bal op de grond te houden? Of vast blijven houden? Doorbijten, anders leren ze het nooit. Het laatste, hoopte ik. Zeer vurig.

Ik had slecht geslapen. Woelen, draaien, tobben. Jaag ik ze niet weer richting een gruwelijke oorwassing? We speelden op het hoofdveld. Voor het overdekte terras waar de ouders hun kinderen aanmoedigen. Het werd een geweldige wedstrijd. Slechts 1-1, maar ze hadden zoveel meer verdiend. Heerlijk als vader om te zien dat die kleine mannen en vrouw plezier beleefden aan hun sport, genieten als liefhebber van het verzorgde voetbal en de strijd. En heel veel opluchting als trainer. Het zat er dus wel in.

Door de meute heen liepen we richting kleedkamer. Complimentjes vielen de gladiatoren ten deel. Ze zaten op de bankjes, tegenover elkaar. Moegestreden. Ik vertelde dat ik van ze had genoten, gemeend. “En”, zei ik, “de supporters zijn trots op jullie.” Mijn keepertje, in de hoek van de kleedkamer, stootte zijn buurman aan. “Hoor je dat? Die vijf supporters zijn trots op ons.” Ze proostten met hun bekertjes ranja. Relativeren, een gave.

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestEmail this to someone

Tags

 
 

HOME   •   OVER   •   BIO'S   •   CONTACT

Laatste bijdragen

Archief

 
микрозаймы онлайн займы в барнауле до зарплаты микрозаймы в ставрополе срочно займ на карту